Het belang van monitoring binnen jeugdinterventies

1-12-2015 - Willem van Vredendaal

In de ontwikkelfase van jeugdinterventies wordt de interventie getoetst op een aantal onderdelen. Zo wordt onder andere getoetst of het effect op de doelgroep wordt bereikt dat de interventie beoogt te bereiken. Wanneer de interventie deze toets van doelmatigheid (de effectiviteitstoets) heeft doorstaan is het zaak de interventie breed te verspreiden. Immers, een positief effect dient onder een zo’n groot mogelijke groep jongeren bereikt te worden. Toch?

Hier schuilt ook direct het gevaar. Schaalvergroting, vaak ingezet omwille van het zo snel mogelijk een zo groot mogelijk (positief) effect te willen verspreiden, brengt risico’s met zich mee. Zo wordt het toezien op de programma integriteit minder eenvoudig. Met andere woorden, het zorgdragen dat de interventie uitgevoerd wordt zoals de interventie uitgevoerd zou moeten worden. Immers, hoe garanderen we het gewenste effect te bereiken als uitbreiding het risico meebrengt dat de interventie overal op een andere manier wordt uitgevoerd? Het vergroten van het bereik leidt onvermijdelijk tot een groter aantal betrokkenen, waarbij het gevaar bestaat dat eenieder er een verschillende interpretatie van de uitvoering op na houdt.

Het uitbreiden van een succesvolle interventie heeft ook gevolgen voor de informatiedeling binnen het project. Waar bij een kleinschalige interventie een eenvoudige informatiedeling (denk aan mailcontact, registratie in eenvoudige Excel sheets) volstaat, dient bij uitbreiding de informatiestructuur aangepast te worden om de informatieverwerking en verslaglegging – en de dus de sturing – in goede banen te leiden. Daarnaast zal uitbreiding van het interventiebereik leiden tot een verzwaring van de last van de betrokken projectleiders. Zij zullen een groter aantal (deel)projecten moeten aansturen, waardoor er minder tijd beschikbaar zal zijn om daadwerkelijk op kwaliteit te sturen. Ook is minder capaciteit beschikbaar om de projecten de aandacht te geven die zij nodig hebben/verdienen.
Dit alles kan opgevangen worden door het inrichten van een digitaal monitoringssysteem. Een digitaal monitoringssysteem dwingt uniformiteit af in de registratie, maakt casusgericht werken, en informatiedeling tussen de betrokken ketenpartners, mogelijk. Het door uitvoerenden rechtstreeks invoeren van de voortgang en bijzonderheden in het digitale systeem brengt onder andere de volgende voordelen met zich mee:

  • Inzicht in de effectiviteit van de interventie
  • Tijdig interveniëren op basis van cijfers in plaats van op gevoel
  • De programma-integriteit kan eenvoudiger worden gewaarborgd
  • Onderling benchmarken wordt mogelijk
  • Een ‘best practice’ kan worden geïdentificeerd / ontwikkeld
  • Minder capaciteit is benodigd om de interventie uit te voeren -> meer capaciteit om te sturen op kwaliteit
  • Kwaliteitsverbetering van de verslaglegging aan stakeholders


Menig jeugdinterventie gaat ten onder aan expansiedrift of aan een groeiende variëteit in de uitvoering van het project. Dit is zonde. Dit kan voorkomen worden door het gedegen inrichten van de monitoring, bij uitbreiding van een jeugdinterventie, gedegen in te richten. Hiermee kan de jeugdige doelgroep de zorg, aandacht en kansen geboden worden waar zij behoefte aan heeft.