3D samenwerking

26-1-2016 - John Goedee

Deze blog werd geschreven door oud collega Stijn van Sommeren

Een blog over samenwerking ten aanzien van 3Ds, maar welke drie? Omdat een belangrijk onderdeel van mijn werk bestaat uit het verbinden van op het oog elkaar uitsluitende invalshoeken, tracht ik ook op deze plaats de verbinding te maken tussen verschillende contexten. In de beide contexten die ik tracht te verbinden in deze blog schuilen waardevolle inzichten als het gaat om het organiseren van samenwerking. Het betreft hier de voor mij beide bekende Nederlandse en de Afghaanse context van samenwerking rond 3D’s.

3D in Nederland

In het regeerakkoord is afgesproken de overheidstaken op drie terreinen per 1 januari 2015 naar de gemeenten te decentraliseren: de thuiszorg en begeleiding van ouderen en gehandicapten, participatie en de transitie jeugdzorg. Sociale wijkteams zijn in veel gemeenten het voertuig waarlangs deze decentralisaties in het sociale domein zijn vormgegeven. Integrale teams op wijkniveau – in de frontlinie – verantwoordelijk voor zorg, ondersteuning en activering van bewoners. Het eerste contact met wijkbewoners, “het keukentafelgesprek”, vindt vanuit deze teams plaats en van daaruit wordt gekeken wat nodig is om iemand volwaardig in onze maatschappij te laten participeren. Kennis van de sociale kaart, een globaal inzicht in symptomen van zorg en knelpunten en inzicht in (on)mogelijkheden van wet- en regelgeving lijken belangrijke voorwaarden voor het functioneren van wijkteams.

3D in Afghanistan
De ‘3D-benadering’, bekend als ‘Dutch approach’, staat voor de samenhang tussen ‘Defense, Diplomacy & Development’. In Nederland veelal gebruikt om CIMIC (Civil-Military Cooperation), de samenwerking tussen krijgsmacht en civiele- en overheidsorganisaties, te beschrijven. Het betreft geen nieuw concept; deze strategie werd al toegepast door Nederland in onder andere Rwanda en Soedan. Het doel is het ondersteunen van de militaire opdracht of missie door het stimuleren van lokale ontwikkeling, maar ook het winnen van de “hearts and minds” van de lokale bevolking om sympathie voor de missie te kweken. Een voorbeeld hiervan zijn de Provinciale Reconstructie Teams in Afghanistan, welke zich bezig houden met hulp- en wederopbouwprojecten zoals waterputten en irrigatiewerken. Bestaande uit een vertegenwoordiging van militairen zoals missieteam leden, Functioneel Specialisten (reservisten die hun kennis op een speciaal vakgebied inbrengen) en de civielen zoals cultureel, politiek en ontwikkelings-adviseurs. Kortom: een team waarin de benodigde verschillende invalshoeken in een wederopbouwmissie zijn vertegenwoordigd.

Intensiteit van samenwerking als continuüm (Cropper et al., in Wyckmans, Goedee en Van Sommeren, 2012)
Intensiteit van samenwerking als continuüm (Cropper et al., in Wyckmans, Goedee en Van Sommeren, 2012)

Positionering en rolvermenging
De uitdagingen van complexe samenwerkingsprocessen hebben veelal betrekking op de positionering en rolverdeling in de keten.

In huidige conflictsituaties treedt steeds vaker een zogenoemde ‘blurring of lines’ op: politieke, economische, militaire en humanitaire acties worden vermengd . Militaire belangen spelen mee in het uitrollen van humanitaire activiteiten en voor de bevolking is het steeds moeilijker om deze te onderscheiden van neutrale en onafhankelijke hulp. Het vertrouwen van burgers en strijdende partijen in humanitaire hulp neemt hierdoor af, waardoor deze hulp niet meer geaccepteerd of toegelaten wordt.

De 3D-benadering staat op gespannen voet met de grondbeginselen van humanitaire hulp in het algemeen en met de grondbeginselen van het Rode Kruis in het bijzonder. Ten eerste is humanitaire hulp niet bedoeld om een politiek of militair doel te dienen, maar om hulp te verlenen aan hen die deze het meest nodig hebben. Ten tweede: wanneer humanitaire hulp gelinkt wordt aan politieke of militaire actie – zelfs wanneer er alleen maar schijn van samenwerking of vermenging bestaat – dan kunnen strijdende partijen hun vertrouwen in het Rode Kruis verliezen. Dit kan leiden tot verminderde toegang tot bepaalde gebieden of groepen en tot een groter veiligheidsrisico voor humanitaire werkers, niet alleen voor het Rode Kruis, maar voor alle humanitaire actoren. Het Rode Kruis is wel een voorstander van coördinatie (afstemming), maar niet van coöperatie (samenwerking) met de krijgsmacht. Het Rode Kruis zal altijd nauw contact onderhouden met alle partijen die betrokken zijn bij een conflict, maar onafhankelijk van alle partijen opereren. Het Rode Kruis geeft voorlichting aan Nederlandse en NAVO militairen om begrip voor deze visie te kweken.

Voor meer betekenis (en begrip) is bovenstaand continuüm weergegeven, waarop elke vorm van samenwerking geplot kan worden:

  • Cooperation: vrijblijvende samenwerking
  • Coordination: afstemmen van activiteiten
  • Collaboration: delen van middelen en resources
  • Integration: gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het eindresultaat

De positionering van het Rode Kruis laat zich helaas niet bepalen door de context. Een land dat verdere stappen maakt in de wederopbouw is gebaat bij diensten die aan de klantvraag tegemoet komen. Duurzame resultaten vragen om een benadering van integrale samenwerking volgens de principes van een waardeketen , wil het niet bij een druppel op de gloeiende plaat blijven. De trend van een integrale benadering is in toenemende mate terug te vinden rond maatschappelijke thema’s als overlastgevende jongeren, verwarde personen, huiselijk geweld en kindermishandeling. De positionering van de betrokken organisaties lijkt zich echter nog te richten op de eigen organisatiedoelen en daarmee gepaard gaande invalshoek. In de ene casus kan dat het kind of slachtoffer zijn. De andere keer is dat het veiligheidsperspectief of zorgperspectief rond de cliënt. 1kind-1gezin-1plan leidt vooralsnog niet tot een geheel dat meer is dan de som der delen. Voor de overal regisseur danwel het opdrachtgeverschap ligt hier de uitdaging een integrale benadering te organiseren en borgen op strategisch, beleidsmatig en operationeel niveau. Tenslotte vanuit mijn reflectie een bijdrage aan de oplossingsrichting.

Routine of doctrine?!
Reflecterend op beide contexten, welke inzichten brengt dat? Samenwerken rond complexe thema’s is niet vanzelfsprekend. De expertisen zijn noodzakelijk, een integrale benadering operationaliseren niet. Met andere woorden: zorgdragen dat elk van de expertisen tot hun recht komen, elk vanuit hun toegevoegde waarde. Wat is daarvoor nodig? Een mogelijke oplossingsrichting laat zich niet vinden in meer vinklijstjes; aan ‘protocollitus’ geen gebrek de afgelopen jaren. Met als gevolg (hoogopgeleide) professionals die zichzelf het recht op nadenken ontnemen. Een oplossingsrichting kan gezocht worden in een set van waarden: Leidende Principes. Het werk van de professional waarlangs op elk moment van de dag kan worden aangegeven dat vanuit deze gedachte wordt gehandeld. Een ordeningsprincipe voor een gedragsrepertoire. Van doctrine naar routine?

Ik ben me er terdege van bewust dat een doctrine niet voor niets in het leven is geroepen. Er zijn al vele levens mee gered! In de context van Nederlandse kwetsbare gezinnen kunnen ook levens worden gered, maar in dat geval wanneer bestaande doctrines (het protocol) worden losgelaten. Ik nodig iedereen uit om mee te denken om nieuwe routines te ontwikkelen, bijvoorbeeld in de vorm van Leidende Principes. Hopelijk is het nog niet te laat…..

1 http://www.rodekruis.nl/dit-zijn-we/humanitair-oorlogsrecht/actueel/het-nieuwe-regeerakkoord.
2 Rietjens, B., Goedee, J., Soeters, J.M.M.L., & Sommeren, S. van (2014). Meeting needs: Value chain collaboration in stabilization and reconstruction operations. Journal of Humanitarian Logistics and Supply Chain Management, 4(1), 43-59.
3 Doctrine (Lat. doctrina) betekent leer of verzameling leerstellingen. Iemand die doctrinair is, houdt zich zeer streng aan een eenmaal vastgestelde leer of aan een vaststaand stelsel.