EHBO bij verward gedrag, en dan?

22-9-2017 - Dieuwertje Visser

1 op de 4 mensen komt ooit in aanraking met psychiatrie, schrijft Miranda Grit van De Monitor: “…Vaak weet je niet zo goed hoe je moet omgaan met iemand die in jouw omgeving in psychische nood zijn geraakt. Hier kan het gaan om een goede vriend die plotseling een paniekaanval krijgt of iemand die op straat verward gedrag vertoont”. Mensen vinden de confrontatie met personen met verward gedrag lastig, mede doordat mentale problematiek in de media vaak wordt geassocieerd met geweld (Suzdaltsev, 2014). Denk hierbij aan de portrettering van een persoon met verward gedrag door Jack Nicholson in de film ‘The Shining’. Het karakter van Nicholson wordt moordzuchtig (na onder andere inzinkingen en waanbeelden) en hij probeert zijn vrouw en kind te vermoorden. Hoe kun je omgaan met dit stigma wanneer je in jouw omgeving wordt geconfronteerd met en verward gedrag en de daarbij bijbehorende zorgvraag?

In het stuk van Miranda Grit wordt een 5-stappen benadering genoemd als (Eerst- Hulp-Bij-Ongelukken) handreiking voor een plotselinge ontmoeting: 1. Benader en schat de situatie in, 2. Luister zonder te oordelen, 3. Bied ondersteuning aan, 4. Zoek naar professionele hulp, 5. Zoek ondersteuning bij familie / vrienden. De handreiking is een mooi handvat voor een omstander, die plotseling moet handelen vanwege een zorgvraag van iemand met verward gedrag. Hiernaast, erkent ook Miranda Grit, dat er meer kennis moet komen over psychische problemen om het mediastigma af te breken. Hoe kunnen we de zorgvraag achter het verwarde gedrag begrijpen? Is het gedrag bijvoorbeeld ‘slechts’ een symptoom (een uiting) van een patroon van complexe contextuele structurele problematiek (de oorzaak)?




Scheper-Hughes & Lock (1987) geven aan dat mentale “illness”, als gevolg van het kijken naar symptomen, niet meer wordt bekeken en behandeld in hun sociale context. Hiermee verliezen onderzoekers en hulpverleners zicht op het grotere geheel waarin mensen met verward gedrag zich begeven. Het aanpakken van de uiting is wat anders dan het aanpakken van de oorzaak. Zoals Scheper-Hughes & Lock beargumenteren: “(…) zoals meeste psychiaters weten dat antidepressiva ietwat effect heeft op de neurotransmitters in het brein, geloven er maar weinig dat chemische abnormaliteit de enige oorzaak is van depressie. Hierom moeten hulpverleners onvermijdelijk de pijnlijke herinneringen en levensmoeilijkheden van hun patiënten onderzoeken” (Scheper-Hughes & Lock, 1987, p. 30-31).

Kortom, het is na het verlenen van ‘EHBO’ bij mensen met verward gedrag belangrijk de (latente) hulpvraag in haar context te beoordelen en onderscheid te maken tussen symptomen en patronen. Maar hoe zit het met de hulpverlening? Collega Stijn van Sommeren stelde in deze blog over de impasse van complexe casuïstiek al dat de hulpverlening zelf ook in de war is. Wij, Optimale Samenwerking, kunnen helpen bij het analyseren van complexe zorgvragen door middel van onze casusanalyse methode (clientmapping). Want wij maken bij de hulpverlening graag inzichtelijk welke patronen ontward kunnen worden.